ECLI:NL:HR:2017:697

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
16/01294
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 350 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot tenuitvoerlegging Belgische gevangenisstraf afgewezen door Hoge Raad

De zaak betreft een beroep in cassatie van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 11 februari 2016. Het verzoek betrof de overname van de tenuitvoerlegging van een door een Belgische rechter opgelegde gevangenisstraf.

De advocaat van de veroordeelde heeft middelen van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt dat de middelen niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank. Tevens wordt benadrukt dat bij de WOTS-procedure de beraadslagingen dienen te geschieden door de rechters die de zaak in haar geheel ter terechtzitting hebben onderzocht, conform art. 81.1 RO.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt beslissing rechtbank over tenuitvoerlegging Belgische gevangenisstraf.

Uitspraak

18 april 2017
Strafkamer
nr. S 16/01294 W
CeH/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 11 februari 2016, nummer [001] , omtrent een verzoek van het Koninkrijk België tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2017.