Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
14 maart 2017.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak. Namens de verdachte heeft advocaat V.A. Groeneveld een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar adviseerde het beroep voor het overige te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. De strafmotiveringsklacht wordt als falend beoordeeld.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens een falende strafmotiveringsklacht.