ECLI:NL:HR:2017:385

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2017
Publicatiedatum
9 maart 2017
Zaaknummer
15/00465
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 CDWArt. 220 lid 2 letter b CDWArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over antidumpingrechten en informatieplicht bij invoer spaarlampen uit Thailand

Belanghebbende, een bedrijf dat spaarlampen importeert uit Thailand, stelde zich in hoger beroep teweer tegen de door de Belastingdienst opgelegde antidumpingrechten. De kern van het geschil betrof de toepassing van antidumpingrechten en de vraag welke informatieplicht geldt bij de aankondiging van deze heffing.

De rechtbank Haarlem en het Gerechtshof Amsterdam hadden reeds geoordeeld dat de antidumpingrechten terecht waren opgelegd en dat de vaststelling van de niet-preferentiële oorsprong van het eindproduct correct was, ook wanneer het eindproduct was samengesteld uit halffabricaten en onderdelen afkomstig uit andere landen dan het assemblageland.

In cassatie stelde belanghebbende dat de afgifte en aanvaarding van certificaten met een niet-preferentiële oorsprong als vergissingen in de zin van het douanerecht zouden moeten worden aangemerkt, wat gevolgen zou hebben voor de heffing. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat dergelijke certificaten geen vergissingen vormen volgens artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW.

De Hoge Raad volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Hiermee is het oordeel van het hof definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

10 maart 2017
nr. 15/00465
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 8 januari 2015, nrs. 12/00693 en 12/00694, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Haarlem (nrs. AWB 11/3981 en AWB 11/3982) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 7 december 2016 geconcludeerd tot het ongegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1254).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
De middelen I, II en IV falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 15/00462 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Middel III kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu dit middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2017.