Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
28 februari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een 25-jarige verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake onttrekking aan bevoegd opzicht en nasporing van een 16-jarig meisje. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafduur, met vermindering van de gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden vanwege te late verzending van stukken door het hof en de lange duur van de procedure. Hierdoor werd de strafduur verminderd van veertien maanden naar twaalf maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 28 februari 2017 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twaalf maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.