ECLI:NL:HR:2017:374

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2017
Publicatiedatum
7 maart 2017
Zaaknummer
15/00832
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, maar heeft geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte. De Hoge Raad beoordeelt dat het niet indienen van middelen binnen de termijn een schending is van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep.

De Hoge Raad verklaart daarom de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Er zijn geen inhoudelijke middelen behandeld omdat deze niet zijn ingediend.

Deze beslissing bevestigt het belang van het naleven van procesrechtelijke termijnen in cassatieprocedures en onderstreept dat het niet indienen van middelen binnen de gestelde termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

7 maart 2017
Strafkamer
nr. S 15/00832
AJ/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 januari 2015, nummer 22/000806-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2017.