Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
7 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake voorbereidingshandelingen voor een gewapende overval op een onbekend gebleven persoon in Rotterdam.
Verdachte verzocht om benoeming van een (rechtspsychologische) deskundige om de betrouwbaarheid van zijn verklaringen te onderzoeken, evenals een onderzoek ter plaatse van de verklaring die hij bij de politie had afgelegd. De Hoge Raad wees deze verzoeken af.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het beroep van verdachte werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.