Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
17 januari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een raadslid uit Delft dat als lid van de Commissie Spoorzone, Verkeer en Ruimte vertrouwelijke informatie over de aanbesteding en het ontwerp van de Sebastiaansbrug te Delft via een persbericht aan derden heeft verstrekt. De verdachte werd hiervoor vervolgd wegens schending van het ambtsgeheim ex artikel 272 Sr Pro. Tijdens het proces stelde de verdediging onder meer beroep in op noodtoestand en betwistte de beslissing tot geheimhouding.
Het Gerechtshof Den Haag had de verdachte eerder veroordeeld, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en verwierp het beroep van de verdachte. Hiermee bleef de veroordeling wegens schending van het ambtsgeheim in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel, raadsheren Buruma en Van den Brink op 17 januari 2017.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling wegens schending ambtsgeheim.