AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag moeder en grootvader over minderjarige
In deze zaak hebben de moeder en de grootvader van een minderjarige een verzoek ingediend tot gezamenlijk gezag over het kind. Dit verzoek werd door de rechtbank Oost-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch afgewezen. Vervolgens stelden de moeder en grootvader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Raad voor de Kinderbescherming trad op als verweerder, terwijl de vader van het kind voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad heeft het principale cassatieberoep van de moeder en grootvader verworpen. De klachten die zij aanvoerden konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 lid 1 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Omdat het principale beroep faalde, kwam het voorwaardelijk incidentele beroep van de vader niet aan de orde.
Daarnaast werd ambtshalve een bijzondere curator benoemd door het hof, conform artikel 1:250 vanPro het Burgerlijk Wetboek, om de belangen van de minderjarige te behartigen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere beslissingen van de lagere instanties en handhaafde de niet-ontvankelijkheid van het incidentele appel vanwege het ontbreken van grieven in het incidenteel appel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van moeder en grootvader wordt verworpen en het verzoek tot gezamenlijk gezag blijft afgewezen.
Uitspraak
3 maart 2017
Eerste Kamer
16/03474
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [de moeder] , wonende te [woonplaats] ,
2. [de grootvader] , wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
en
Mr. Geeske Virginie VAN CAMPEN
in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [dochter] , kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
en
[de vader] , wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de grootvader. Verweerders zullen hierna ook worden aangeduid als de raad, de bijzonder curator en de vader.
1.Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/01/283839/FA RK 14-5025 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 februari 2015;
b. de beschikkingen in de zaak F 200.170.154./01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 november 2015 en 7 april 2016.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2.Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof hebben de moeder en de grootvader beroep in cassatie ingesteld.
De raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De bijzonder curator heeft geconcludeerd tot verwerping. De vader heeft geconcludeerd tot verwerping en heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest, het aanvullend verzoekschrift het verweerschrift en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De moeder en de grootvader hebben in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
3.Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 ROPro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4.Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het principale beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 maart 2017.