ECLI:NL:HR:2017:3574

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2017
Publicatiedatum
4 mei 2018
Zaaknummer
17/02728
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens gebrek aan belang bij beslag leaseauto

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland over een klaagschrift inzake beslag op een leaseauto van de klager, die verdacht wordt van hennepteelt.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de klager klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij het cassatieberoep.

Uitspraak

28 november 2017
Strafkamer
nr. S 17/02728 B
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 24 april 2017, nummer RK 17/001062, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 november 2017.