ECLI:NL:HR:2017:332

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 februari 2017
Publicatiedatum
28 februari 2017
Zaaknummer
15/04604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 317 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen poging tot afpersing

Verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van meermalen gepleegde poging tot afpersing. Tegen dit arrest van het Gerechtshof Den Haag heeft verdachte cassatieberoep ingesteld. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De klachten over het bewijs worden niet ontvankelijk verklaard.

Daarmee wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het hof in stand. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 28 februari 2017 onder nummer 15/04604.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging tot afpersing blijft in stand.

Uitspraak

28 februari 2017
Strafkamer
nr. S 15/04604
IV/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 september 2015, nummer 22/002197-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 februari 2017.