ECLI:NL:HR:2017:3258

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
21 december 2017
Zaaknummer
16/05053
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:164 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huwelijksgoederenrecht en benadeling huwelijksgemeenschap door niet-uitgeoefende opties

In deze zaak staat de vraag centraal of het nalaten van het uitoefenen van bepaalde opties kan leiden tot benadeling van de huwelijksgemeenschap binnen het huwelijksgoederenrecht. De man heeft tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld, waarin hij betoogde dat het hof onjuist had geoordeeld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Gelderland en het arrest van het hof, die aan het arrest zijn gehecht. Na behandeling van het cassatieberoep en de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekte, oordeelt de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad acht geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen en de man wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

22 december 2017
Eerste Kamer
16/05053
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/240386/HA ZA 13-153 van de rechtbank Gelderland van 22 mei 2013 en 18 september 2013;
b. het arrest in de zaak 200.139.431 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de man mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 2.028,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
22 december 2017.