ECLI:NL:HR:2017:3244

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
21 december 2017
Zaaknummer
17/02937
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

In deze zaak was belanghebbende in cassatie gekomen tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2005, inclusief een beschikking inzake heffingsrente.

Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het niet de gronden van het beroep bevatte. De Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn is verstreken zonder dat het verzuim tijdig werd hersteld; een later ingekomen brief werd buiten beschouwing gelaten.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Tevens zijn geen proceskosten toegekend. Het arrest werd op 22 december 2017 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

22 december 2017
Nr. 17/02937
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 11 mei 2017, nr. 14/01107, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 22 juni 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de gemachtigde van belanghebbende opgegeven postbusadres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 3 augustus 2017.
Omdat herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden - de op 24 november 2017 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten -, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.