Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
28 februari 2017.
Hoge Raad
Verdachte was in hoger beroep verschenen tegen een eerdere strafzaak, maar verscheen niet op de zitting van het hof. Twee dagen voor de zitting had zijn raadsman de verdediging neergelegd. Het hof verleende verstek en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen opvolgend raadsman had toegevoegd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof op grond van de stukken geen aanleiding had om aan te nemen dat verdachte bij zijn afwezigheid wenste zich door mr. Plasman te laten verdedigen of een nieuwe raadsman te laten toevoegen. Het hof hoefde daarom geen nader onderzoek te doen of een nieuwe raadsman toe te voegen volgens de artikelen 41 of 45 Sv.
De Hoge Raad benadrukte dat slechts in bijzondere omstandigheden anders geoordeeld kan worden, maar dat de stukken geen aanwijzingen bevatten voor zulke omstandigheden. Het middel faalt en het cassatieberoep wordt verworpen. Hiermee blijft het verstekvonnis van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het verstekvonnis van het hof zonder toevoeging van een nieuwe raadsman.