Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
In deze jeugdzaak stond de vraag centraal of de oplegging van een strafverminderingmaatregel (svm) ex art. 77h Sr te combineren is met toepassing van art. 9a Sr, dat betrekking heeft op de wijze van oplegging van straffen en maatregelen bij jeugdigen.
De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag, waarbij het hof met toepassing van art. 9a Sr geen straf of andere maatregel dan de svm oplegde. De verdachte stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Het arrest bevestigt dat de combinatie van de svm met toepassing van art. 9a Sr rechtens toelaatbaar is.
De Hoge Raad motiveerde dat het middel geen rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden in het belang van rechtsontwikkeling of rechtseenheid. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van een strafverminderingmaatregel met toepassing van art. 9a Sr.