ECLI:NL:HR:2017:3213

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
19 december 2017
Zaaknummer
16/03590
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens niet verontschuldigbare termijnoverschrijding in strafzaak

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatiemiddel betrof een verontschuldigbare termijnoverschrijding vanwege een vermeende verwarde toestand van de verdachte.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat uit de overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich in een toestand bevond waarvan de aard en intensiteit zodanig waren dat het te laat indienen van het cassatieberoep daaraan kan worden toegeschreven.

Daarom kon het middel niet tot cassatie leiden en werd het beroep verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 december 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03590
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 29 juni 2016, nummer 21/003941-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.