Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte is in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam voor medeplegen van meermalen gekwalificeerde diefstal, zoals bedoeld in artikel 311, lid 1, onder 4 en 5 van het Wetboek van Strafrecht. Tegen dit arrest heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, gericht op de motivering van het oordeel omtrent medeplegen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het middel onderzocht maar geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat het geen nadere motivering behoeft, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd. Deze beslissing is genomen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 19 december 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.