ECLI:NL:HR:2017:3200

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
19 december 2017
Zaaknummer
16/04770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering van strafoplegging

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad beoordeelde het beroep en concludeerde dat de bestreden uitspraak geen opgave bevatte van de redenen die de strafoplegging hebben bepaald. Dit verzuim leidt volgens art. 359, achtste lid, Sv tot nietigheid van dat deel van het arrest.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de strafoplegging. Voor het overige werd het beroep verworpen omdat de overige middelen geen aanleiding gaven tot cassatie.

De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering van de strafoplegging in hoger beroep en bevestigt dat het ontbreken daarvan leidt tot nietigheid en terugwijzing. De zaak zal door het hof Arnhem-Leeuwarden opnieuw worden behandeld met inachtneming van deze motiveringsplicht.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de strafoplegging en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/04770
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 12 september 2016, nummer 21/000371-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Voor het overige strekt deze conclusie tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de strafoplegging niet is gemotiveerd.
3.2.
De bestreden uitspraak behelst niet een opgave van de redenen die de strafoplegging hebben bepaald. Dat verzuim leidt krachtens art. 359, achtste lid, Sv tot nietigheid.
3.3.
Het middel is terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.