ECLI:NL:HR:2017:3132

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
14 december 2017
Zaaknummer
16/03430
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138a.1 SrArt. 2.1 AwbiArt. 10 AwbiArt. 81.1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in zaak medeplegen kraken en binnentreden woning

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van kraken en het wederrechtelijk binnentreden van een woning. De verdachte voerde onder meer een bewijsklacht aan dat het binnentreden niet wederrechtelijk zou zijn en betwistte de toelating van bewijs vanwege het niet tonen van een machtiging door de politie bij het binnentreden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De Raad ging niet in op de inhoudelijke rechtsvragen omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd stilgestaan bij de rechten die een kraker kan ontlenen aan de Algemene wet bestuursrecht inzake het binnentreden.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof en onderstreept dat de bewijsuitsluiting niet aan de orde is in deze casus. De Hoge Raad benadrukt de toepassing van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en sluit het beroep zonder nadere motivering af.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van kraken en wederrechtelijk binnentreden.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03430
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 juni 2016, nummer 22/004080-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.