Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering daarvan, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel geen cassatiegrond bood en dat het tweede middel gegrond was vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Deze termijnoverschrijding ontstond doordat het hof de stukken te laat inzond en de Hoge Raad pas na meer dan twee jaar uitspraak deed.
Als gevolg hiervan werd de taakstraf verminderd van 180 uren naar 171 uren, en de vervangende hechtenis van 90 naar 85 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen en de rest van het arrest bleef in stand.
Uitkomst: Taakstraf verminderd naar 171 uren en vervangende hechtenis naar 85 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.