Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor diefstal met geweld, gepleegd in vereniging met anderen. De aanvraag berust op een nieuw gegeven, namelijk een schriftelijke verklaring van een mededader waarin deze zijn eerdere verklaringen herroept en stelt dat de aanvrager onschuldig is.
De Hoge Raad overweegt dat herziening slechts mogelijk is indien het nieuwe gegeven bij de eerdere behandeling niet bekend was en het ernstige vermoeden wekt dat dit tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een minder zware straf zou hebben geleid. In dit geval was de rechter echter reeds bekend met een soortgelijke verklaring van dezelfde mededader, die ter terechtzitting werd afgelegd en als ongeloofwaardig werd verworpen.
Daarom concludeert de Hoge Raad dat het aangevoerde novum niet voldoet aan de voorwaarden voor herziening en wijst het verzoek af. De strafrechtelijke veroordeling van acht jaar gevangenisstraf blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf.