Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd vrijgesproken van het telen van hennep in een woning te Duiven.
De politie ontving een MMA-melding over een hennepkwekerij in een seniorenappartement met aanwijzingen zoals gesloten luxaflexen, hennepgeur en oogstactiviteit. Ter verificatie van de melding verrichtte een verbalisant onderzoek en hoorde gezoem van vermoedelijk een ventilator rondom de woning. Op basis daarvan werd zonder toestemming van de bewoner de woning betreden.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende redelijk vermoeden van een overtreding van de Opiumwet bestond om het binnentreden te rechtvaardigen, mede omdat het proces-verbaal geen concrete aanwijzingen bevatte over de hennepgeur of andere waarnemingen ter plaatse. De Hoge Raad stelt echter dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is gezien de inhoud van de MMA-melding en het onderzoek ter plaatse. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad benadrukt dat een MMA-melding op zichzelf voldoende kan zijn voor een redelijk vermoeden, afhankelijk van de omstandigheden, en dat het ontbreken van aanvullende onderzoeksgegevens in het proces-verbaal niet automatisch het redelijk vermoeden uitsluit. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 5 december 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende onderbouwd redelijk vermoeden bij binnentreden.