Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
28 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van oplichting door de verkoop van namaak iPhones via Marktplaats en medeplegen van bedrog met handelsnaam of handelsmerk. Het Gerechtshof Den Haag had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De advocaat van verdachte diende een schriftuur in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verdachte onvoldoende belang hadden of niet tot cassatie konden leiden.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strenge toetsing van ontvankelijkheid in cassatieprocedures, met name bij strafzaken over medeplegen van oplichting en merkbedrog.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 28 november 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.