ECLI:NL:HR:2017:2971

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2017
Publicatiedatum
21 november 2017
Zaaknummer
15/05206
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in hennepzaak

De zaak betreft het opzettelijk aanwezig hebben van 1.650 gram hennep. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2015. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Dit leidt ertoe dat de Hoge Raad ambtshalve de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis vermindert van € 1000,- naar € 950,- en van 20 dagen naar 19 dagen hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.

Uitkomst: De geldboete en vervangende hechtenis worden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.

Uitspraak

21 november 2017
Strafkamer
nr. S 15/05206
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 oktober 2015, nummer 21/003411-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis.

4.Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 950,-, subsidiair 19 dagen hechtenis, bedragen;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 november 2017.