Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een klaagschrift tegen beslaglegging op documenten en een image van een computer in het kantoor waar tevens het honorair consulaat van Montenegro was gevestigd.
De klager, honorair consul van Montenegro, voerde onschendbaarheid van de consulaire archieven aan op grond van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen. De rechtbank oordeelde dat de consulaire documenten niet gescheiden waren gehouden van andere documenten, waardoor geen beroep op onschendbaarheid kon worden gedaan. Tevens was de doorzoeking uitgevoerd met schriftelijke toestemming van de ambassadeur van Montenegro, die namens de staat afstand had gedaan van immuniteit en toestemming gaf voor toegang en inbeslagname van niet-consulaire documenten.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep af. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de immuniteit niet van toepassing was, mede omdat de staat Montenegro afstand heeft gedaan van immuniteit en de doorzoeking plaatsvond onder toezicht van een gemachtigde van de ambassade. De procedure en beoordeling van het klaagschrift zijn daarmee rechtmatig verlopen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op documenten en computerimage wordt als rechtmatig bevestigd.