Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de verzoeken
3.Beslissing
26 september 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 26 september 2017 een rolbeslissing genomen over meerdere verzoeken tot cassatie in zaken waarin de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is toegepast. Uit de stukken bleek dat de cassatieberoepen niet op de voorgeschreven wijze waren ingesteld, waardoor de zaken niet in behandeling konden worden genomen.
De Hoge Raad benadrukte dat sinds de wijziging van de WAHV per 28 oktober 1999 cassatieberoep niet meer openstaat tegen beslissingen van de kantonrechter in WAHV-zaken, maar dat hoger beroep uitsluitend mogelijk is bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Artikel 78, eerste en derde lid, van de Wet op de rechtelijke organisatie sluit cassatieberoep uit tegen handelingen en beslissingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in WAHV-zaken.
Gezien het ontbreken van een openstaand cassatieberoep en het niet voldoen aan de procedurele vereisten, besloot de Hoge Raad de verzoeken tot cassatie niet in behandeling te nemen. De beslissing werd uitgesproken door raadsheer A.J.A. van Dorst in aanwezigheid van griffier S.P. Bakker.
Uitkomst: Verzoeken tot cassatie in WAHV-zaken worden niet in behandeling genomen wegens niet-openstaan cassatieberoep en niet-naleving procedurele vereisten.