Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2016, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling, openlijk geweld plegen in vereniging, en het beledigen van agenten.
Namens de verdachte diende advocaat P.A. van der Waal middelen van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet slaagden en dat er geen aanleiding was tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 november 2017. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt arrest van het Gerechtshof Amsterdam.