ECLI:NL:HR:2017:2859

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2017
Publicatiedatum
14 november 2017
Zaaknummer
16/05979
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase poging zware mishandeling

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging zware mishandeling. In cassatie werd het beroep van de verdachte behandeld door de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering daarvan.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over bewijsuitsluiting en motivering niet slaagden en dat deze geen nadere motivering behoefden. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.

Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van 252 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, naar 244 dagen met dezelfde voorwaarden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd op 14 november 2017 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 252 naar 244 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

14 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/05979
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 november 2015, nummer 20/002404-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 252 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 244 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2017.