Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
14 november 2017.
Hoge Raad
Op 9 augustus 2013 duwde verdachte met kracht het bovenlichaam van het slachtoffer, waardoor deze achterover viel en letsel opliep aan zijn achterhoofd. Het Gerechtshof Den Haag verklaarde dit opzettelijk mishandelen bewezen en veroordeelde verdachte.
Verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring omtrent het opzet onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, mede gelet op de verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en de vastgestelde letsels, niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de bewezenverklaring en het oordeel van het hof. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten met handhaving van de veroordeling wegens opzettelijke mishandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor opzettelijke mishandeling door een harde duw met letsel.