ECLI:NL:HR:2017:2816

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2017
Publicatiedatum
7 november 2017
Zaaknummer
16/01371
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest over gebruik eerste indicatieve politietest bij medeplegen voorbereidingshandelingen Opiumwet

De zaak betreft het beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van voorbereidingshandelingen in strijd met artikel 10a van de Opiumwet. Centraal staat de vraag of de eerste indicatieve test van de politie, die een positieve reactie op cocaïne gaf, als bewijs kan worden gebruikt.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad oordeelde dat het gebruik van de eerste indicatieve testuitslag als bewijsmiddel zonder nadere motivering niet begrijpelijk was, mede omdat latere tests door het NFI negatief waren.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag om opnieuw te worden berecht en afgedaan. Hiermee wordt benadrukt dat het gebruik van eerste indicatieve politietests als bewijs zorgvuldig moet worden gemotiveerd, zeker bij tegenstrijdige latere testresultaten.

Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

7 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/01371
JHO/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 januari 2016, nummer 22/005638-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 14, is zonder nadere motivering die ontbreekt, het gebruik van bewijsmiddel 11 voor zover dat betrekking heeft op de testuitslag van de bemonstering van de schep, niet begrijpelijk.
2.3.
Het middel slaagt.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2017.