ECLI:NL:HR:2017:2811

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2017
Publicatiedatum
7 november 2017
Zaaknummer
16/02089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.3.a. WVW 1994Art. 81.1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens rijden onder invloed en procedurele klachten

De verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van artikel 8.3.a. van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk rijden onder invloed van alcohol. Tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde de verdachte cassatieberoep in. De klachten betroffen onder meer het opgelegde alcoholslotprogramma en de geldboete, alsmede procedurele bezwaren zoals het niet opmaken van het proces-verbaal van de zitting en het niet aantekenen van het arrest in het proces-verbaal.

De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die een stellige en duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften bevatten, voor onderzoek in aanmerking komen. De belangrijkste klacht over het optreden van een advocaat zonder instemming van de verdachte werd niet als cassatiemiddel aangemerkt. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel en raadsheren Buruma en van Strien tijdens een openbare terechtzitting op 7 november 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

7 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/02089
SA/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 december 2015, nummer 21/005544-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.A. de Boer, advocaat te Sneek, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste middel

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als middel 1 aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

3.Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presidentW.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2017.