Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:2785

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2017
Publicatiedatum
27 oktober 2017
Zaaknummer
16/03569
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:88 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in effectenleasezaak over toestemming en opt-outregeling

In deze zaak stond centraal de vraag of de eiseres terecht beroep deed op het ontbreken van haar toestemming voor een effectenleaseovereenkomst, terwijl zij geen gebruik had gemaakt van de opt-outmogelijkheid zoals geregeld in de Duisenberg-regeling.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Amsterdam met meerdere vonnissen, waarna het gerechtshof Amsterdam op 15 maart 2016 een arrest wees dat ten grondslag lag aan het cassatieberoep. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken voor het feitencomplex.

In cassatie stelde de eiseres dat haar toestemming ontbrak, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelde de eiseres in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiseres wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

27 oktober 2017
Eerste Kamer
16/03569
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. E van Staden ten Brink, thans mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens,
t e g e n
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Dexia.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1364896 DX EXPL 12-313 van de kantonrechter te Amsterdam van 24 oktober 2012, 8 mei 2013 en 11 september 2013;
b. het arrest in de zaak 200.137.670/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 maart 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dexia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 28 september 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
27 oktober 2017.