ECLI:NL:HR:2017:2675

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 oktober 2017
Publicatiedatum
19 oktober 2017
Zaaknummer
17/03354
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:119 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herziening arrest niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 20 oktober 2017 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van het arrest van 9 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1058). Het verzoek was ingediend door belanghebbende en betrof een herziening op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft beoordeeld dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht, die herziening zouden kunnen rechtvaardigen. Hierdoor is het verzoek klaarblijkelijk niet geschikt om tot cassatie te leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Overgaauw als voorzitter, samen met raadsheren Van Loon en Van Hilten, en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

20 oktober 2017
Nr. 17/03354
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 9 juni 2017, nr. 17/01149, ECLI:NL:HR:2017:1058.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.