Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een mensenhandelzaak. De advocaat-generaal adviseerde tot vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden, behalve het vijfde middel dat klaagt over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase doordat stukken te laat door het hof zijn aangeleverd. Dit middel wordt gegrond verklaard.
Als gevolg hiervan wordt de opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden verminderd tot 28 maanden. De rest van het beroep wordt verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van dertig naar achtentwintig maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.