ECLI:NL:HR:2017:2649

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2017
Publicatiedatum
18 oktober 2017
Zaaknummer
16/02801
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 273f SrArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in mensenhandelzaak

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden wegens mensenhandel. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij hij werd bijgestaan door zijn advocaat.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de eerste en tweede middelen niet tot cassatie konden leiden, maar dat het derde middel gegrond was omdat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden door het te laat aanleveren van stukken door het hof.

Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van vijftien naar veertien maanden. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 17 oktober 2017.

Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van vijftien naar veertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

17 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/02801
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2016, nummer 23/001938-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze veertien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-presidentW.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2017.