Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatieberoep betrof onder meer een klacht over het verzuim van het hof om te beslissen op een verzoek tot het horen van een getuige dat bij het appelschrift was gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest bevestigt dat het hof niet verplicht is om op elk verzoek tot het horen van een getuige te beslissen en dat een beroep in cassatie zonder voldoende gronden moet worden verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens gebrek aan gronden.