ECLI:NL:HR:2017:2557

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2017
Publicatiedatum
5 oktober 2017
Zaaknummer
17/03583
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatierekest voldeed echter niet aan de formele vereisten van artikel 426a lid 1 Rv, omdat het verzoekschrift niet was ondertekend door een advocaat die is toegelaten tot de Hoge Raad.

De Hoge Raad wees erop dat dit verzuim hersteld had kunnen worden door het verzoekschrift binnen twee weken na ontvangst opnieuw in te dienen met de juiste ondertekening. Verzoeker heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Daarom verklaarde de Hoge Raad verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep en wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak, du Perron en in het openbaar uitgesproken door Tanja-van den Broek op 6 oktober 2017.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.

Uitspraak

6 oktober 2017
Eerste Kamer
17/03583
EV/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. Sligchers.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 154379 RK 17/307 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 mei 2017;
b. het arrest in de zaak 200.216.342/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 21 juli 2017 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
6 oktober 2017.