Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het derde middel.
4.Slotsom
5.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen een vennootschap die haar werknemers sloopwerkzaamheden liet verrichten zonder het aanwezige asbest vooraf te verwijderen. Het Gerechtshof Amsterdam had de vennootschap veroordeeld wegens het nalaten van zorgplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit, met de constatering dat levensgevaar of ernstige gezondheidsschade te verwachten was.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring dat de verdachte wist dat levensgevaar of ernstige schade te verwachten was, niet voldoende is onderbouwd uit de bewijsvoering. Hoewel de vennootschap bekend was met de aanwezigheid van asbest en de gevaren daarvan, blijkt niet dat zij daadwerkelijk wist dat er na de sanering asbest was achtergebleven en dat daardoor gevaar voor de werknemers bestond.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft voor dit feit en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van wetenschap levensgevaar door achtergebleven asbest.