Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
5 september 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat hem meermalen opzettelijke verkoop van meer dan 30 gram hennep ten laste legde.
Het hof had vastgesteld dat in de woning van verdachte op 15 april 2008 363 hennepplanten werden aangetroffen, met een professionele inrichting en een gemiddelde hoogte van 65 centimeter. Op basis van de kweekcycli en de verklaring van verdachte werd geconcludeerd dat er twee volle kweekcycli hadden plaatsgevonden tussen september 2007 en medio maart 2008. Het hof achtte bewezen dat verdachte in die periode meermalen hennep had verkocht, telkens meer dan 500 gram.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de bewezenverklaring, voor zover die meermalige verkoop van meer dan 30 gram betreft, niet zonder meer uit de bewijsvoering kan worden afgeleid en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom dit bewezen zou zijn. Daarom werd het cassatiemiddel gegrond verklaard en het arrest vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad stelde hiermee de eis van een deugdelijke motivering van bewezenverklaringen bij drugshandel centraal.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring van hennepverkoop.