Uitspraak
1.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
14 februari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten is toegestaan. De uitlevering is gevraagd in verband met strafvervolging wegens betrokkenheid bij de invoer van cocaïne in de Verenigde Staten.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld, waarbij de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering en verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en daarmee de uitlevering bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 februari 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten.