Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) inzake de brief van de griffier van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2016 (BK/AR-ARN 16/00408 en 16/00707).
Hoge Raad
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel waarin het verzet niet-ontvankelijk werd verklaard. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zond het hogerberoepschrift door aan de Hoge Raad voor verdere behandeling. Belanghebbende verzocht het hof om herroeping van deze doorzending, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat tegen beslissingen van de griffier van het hof omtrent de doorzending van hogerberoepschriften aan de Hoge Raad geen cassatieberoep openstaat. Bovendien bevatte het cassatieberoep geen klachten tegen een uitspraak waartegen cassatie openstaat.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 10 februari 2017 door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan cassatieklachten tegen een uitspraak waartegen cassatie openstaat.