ECLI:NL:HR:2017:1626

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 augustus 2017
Publicatiedatum
10 augustus 2017
Zaaknummer
17/01399
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland betreffende naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode 2011-2013. De Hoge Raad heeft belanghebbende schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling.

Omdat het griffierecht niet is voldaan en belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om dit te verklaren, is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11 augustus 2017
nr. 17/01399
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 7 maart 2016, nrs. AWB 15/4228, 15/4229 en 15/4230, betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 3 mei 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 1 juni 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.