ECLI:NL:HR:2017:1625

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 augustus 2017
Publicatiedatum
10 augustus 2017
Zaaknummer
17/01189
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen aanslag vennootschapsbelasting 2013

De zaak betreft een beroep in cassatie ingesteld door A B.V. tegen een uitspraak op verzet van de Rechtbank Gelderland over een aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2013.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De griffier heeft de indiener meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn gesteld voor betaling.

Omdat het griffierecht niet is voldaan en de indiener geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om dit te verklaren, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan de zijde van partijen opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11 augustus 2017
nr. 17/01189
Arrest
gewezen op het door
[X]te
[Z](hierna: de indiener) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak op verzet van de
Rechtbank Gelderlandvan 26 januari 2017, nr. AWB 16/02907, betreffende de voor het jaar 2013 aan [A] B.V. te [Q] opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [A] B.V. te [Q].
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 8 april 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 mei 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus.