Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:1272

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
7 juli 2017
Zaaknummer
16/03472
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 3:37 BWArt. 7:627 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling arbeidsovereenkomst statutair bestuurder en gevolgen ontslag

De zaak betreft een geschil over de aard van de arbeidsovereenkomst van een statutair bestuurder bij Orthocenter N.V. en de vraag of deze overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd was, alsmede de gevolgen van het ontslag.

In de lagere instanties oordeelde de rechtbank Noord-Holland en het gerechtshof Amsterdam over de rechtsverhouding en het ontslag. Tegen het arrest van het hof van 29 maart 2016 stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de proceskosten, inclusief wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

7 juli 2017
Eerste Kamer
16/03472
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ORTHOCENTER N.V.,
gevestigd te Purmerend,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Orthocenter.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/l5/196338/HA ZA 12-443 van de rechtbank Noord-Holland van 18 februari 2015;
b. de arresten in de zaak 200.169.644/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015 en 29 maart 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 29 maart 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Orthocenter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Orthocenter heeft voorts gevorderd de toe te wijzen proceskostenvergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 mei 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Orthocenter begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
7 juli 2017.