ECLI:NL:HR:2017:1228

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2017
Publicatiedatum
5 juli 2017
Zaaknummer
16/00198
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in cassatie wegens niet-indienen middelen

Het Openbaar Ministerie stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van [A] B.V. Het beroep werd echter niet ondersteund door het indienen van middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn, zoals vereist volgens artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bij het Hof, omdat het OM niet voldeed aan de formele vereisten. De Hoge Raad bevestigde deze conclusie en oordeelde dat het OM niet in het beroep kan worden ontvangen wegens het niet naleven van de wettelijke termijnen.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 4 juli 2017, waarbij vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink aanwezig waren. Het arrest betreft een procedurele beslissing zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/00198 P
CeH/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/005507-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Middelen van cassatie zijn niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Advocaat-Generaal bij het Hof in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu het Openbaar Ministerie niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat het Openbaar Ministerie in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het Openbaar-Ministerie niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2017.