Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 oktober 2015. Het cassatieberoep betrof een middel over het voorbijgaan van het hof aan een psychologisch rapport over verminderde toerekeningsvatbaarheid.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en geoordeeld dat de klachten onvoldoende belang hebben of klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 juli 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans van slagen.