ECLI:NL:HR:2017:1214

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2017
Publicatiedatum
3 juli 2017
Zaaknummer
15/05090
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 oktober 2015. Echter heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn en ook niet door een raadsman laten indienen. De Advocaat-Generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad beoordeelde dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd. Dit artikel vereist dat middelen van cassatie binnen de gestelde termijn door een raadsman worden ingediend. Door het ontbreken hiervan kon de verdachte niet worden ontvangen in het beroep.

Daarom verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wees het beroep af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 4 juli 2017.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 15/05090
MD/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 19 oktober 2015, nummer 21/006220-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2017.