ECLI:NL:HR:2017:1211

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2017
Publicatiedatum
3 juli 2017
Zaaknummer
16/01363
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak gewapende overval met dodelijk slachtoffer

In deze zaak stond een verdachte terecht voor een gewapende overval waarbij een dodelijk slachtoffer viel. Het Gerechtshof Den Haag had eerder een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld. De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met diverse middelen gericht tegen onder meer de afwijzing van getuigenverzoeken en verzoeken tot nader onderzoek.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO), omdat de klachten onvoldoende belang hadden of klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. De raadsman van de verdachte reageerde schriftelijk op deze conclusie.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, mede omdat de partij onvoldoende belang had bij het cassatieberoep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 4 juli 2017, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers betrokken waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/01363
NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 februari 2016, nummer 22/000500-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2017.