ECLI:NL:HR:2017:1210

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2017
Publicatiedatum
3 juli 2017
Zaaknummer
16/01127
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak gewapende overval met dodelijk slachtoffer

In deze strafzaak ging het om een gewapende overval waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. Verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Dit artikel regelt de ontvankelijkheid van cassatieberoepen en beoogt onnodige behandeling van beroepen zonder voldoende belang of kans op succes te voorkomen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang bij het cassatieberoep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 4 juli 2017. Hiermee kwam een einde aan de cassatieprocedure in deze zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/01127
KD/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 februari 2016, nummer 22/000501-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.W. Koevoets, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2017.