Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 juni 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak werd het hoger beroep van verdachte verworpen wegens niet-ontvankelijkheid. Het hof had vastgesteld dat de dagvaarding voor de terechtzitting van de politierechter op 27 oktober 2010 op 16 augustus 2010 aan verdachte was medegedeeld, hoewel verdachte weigerde het stuk in ontvangst te nemen. De verbalisant had de inhoud van de dagvaarding mondeling aan verdachte meegedeeld.
Verdachte stelde dat hij op het moment van uitreiking in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde en daardoor niet op de hoogte kon zijn van de zittingsdatum. Het hof oordeelde echter dat verdachte voldoende inzicht had tijdens het verhoor en dat de mededeling van de dagvaarding hem bekend was. Hierdoor had verdachte binnen veertien dagen na de einduitspraak van 27 oktober 2010 hoger beroep moeten instellen.
Omdat het hoger beroep pas op 31 juli 2015 werd ingesteld, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en de beslissing begrijpelijk was.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na tijdige kennisgeving van de dagvaarding.