Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juni 2015, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging.
Namens verdachte werd een middel van cassatie ingediend door zijn advocaat, gericht op de bewijsmotivering. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de vice-president van Dorst als voorzitter en de raadsheren de Hullu en Borgers, en uitgesproken op 20 juni 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.